aangepast

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·ge·past

Werkwoord

vervoeging van
aanpassen

aangepast

  1. voltooid deelwoord van aanpassen
stellend
onverbogen aangepast
verbogen aangepaste

Bijvoeglijk naamwoord

aangepast

  1. geschikt gemaakt
Spreekwoorden

aangepaste woonruimte

  • woning die berekend is op personen met een handicap