aangaven
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- aan·ga·ven
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| aangeven |
aangaven
- (in een bijzin) meervoud verleden tijd van aangeven
- ...dat wij aangaven.
- ...dat jullie aangaven.
- ...dat zij aangaven.
- ...dat wij aangaven.