aanduwen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·du·wen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aanduwen |
duwde aan |
aangeduwd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
aanduwen
- vaster duwen
- (overgankelijk) verplaatsen door te duwen
- Wegens een startprobleem moesten we de auto aanduwen.
Synoniemen
Vertalingen
1.