aanbouwsel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: aanbouwsel (hulp, bestand)
- IPA: /ˈambʌʊsəɫ/
Woordafbreking
- aan·bouw·sel
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van aanbouwen met het achtervoegsel -sel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | aanbouwsel | aanbouwsels |
| verkleinwoord | aanbouwseltje | aanbouwseltjes |
Zelfstandig naamwoord
aanbouwsel o
- het aangebouwde
- De garage naast hun huis is een vreemd aanbouwsel.