aanbevelingsbrief

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·be·ve·lings·brief
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aanbevelingsbrief aanbevelingsbrieven
verkleinwoord aanbevelingsbriefje aanbevelingsbriefjes

Zelfstandig naamwoord

aanbevelingsbrief m

  1. een brief waarin men iets of iemand aanbeveelt
Vertalingen


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord aanbevelingsbrief aanbevelingsbriewe

Zelfstandig naamwoord

aanbevelingsbrief

  1. aanbevelingsbrief