aanbetaling
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: aanbetaling (hulp, bestand)
Woordafbreking
- aan·be·ta·ling
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van aanbetalen met het achtervoegsel -ing.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | aanbetaling | aanbetalingen |
| verkleinwoord | aanbetalinkje | aanbetalinkjes |
Zelfstandig naamwoord
aanbetaling v
- een eerste betaling bij het kopen van iets op afbetaling of in termijnen
- Heeft u de aanbetaling al gedaan?