aanaarden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·aar·den
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aanaarden |
aardde aan |
aangeaard |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
aanaarden
- de grond rondom ophogen
- Aardappels kun je aanaarden, waarmee je voorkomt dat de opgroeiende knollen aan het oppervlakte komen en verkleuren.