aal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aal alen
verkleinwoord aaltje aaltjes

Zelfstandig naamwoord

aal

  1. v mestvocht
  2. o - licht bier
  3. m, (vissen) paling
  4. m, (vissen) kleine en jonge paling
  5. m, aalmoezenier
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Spreekwoorden
  1. zo glad als een aal: slim
  2. een gladde aal: een slimmerd
  3. te vangen als een aal bij zijn staart: zo dat men hem moeilijk te spreken krijgt, niet gemakkelijk vast te zetten
  4. aal is geen paling: er is verschil
Vertalingen


Afrikaans

Zelfstandig naamwoord

aal

  1. (vissen) aal; paling.


Manx

Zelfstandig naamwoord

aal

  1. draagbaar, draagstoel, stalstro, stalmest, strobedekking, rommelboeltje, afval, worp (jongen).
  2. nest
  3. broedsel


Maya

Zelfstandig naamwoord

aal

  1. zoon


Yucateeks

Bijvoeglijk naamwoord

aal

  1. zwaar, drukkend
  2. hevig

Zelfstandig naamwoord

aal

  1. vinger
  2. teen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen