aal
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aal
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | aal | alen |
| verkleinwoord | aaltje | aaltjes- |
Zelfstandig naamwoord
aal
Verwante begrippen
- aalbes, aalbesachtigen, aalbessenblad, aalbessengelei, aalbessenboompje, aalbessenjam, aalbessenjenever, aalbessennat, aalbessenrist, aalbessentros, aalbessenvla, aalbessenwesp, aalbessenwijn, aalbessensap, aalbessenstruik, aalboer, aalbot, aalduiker, aalfuik, aalgeer, aalglad, aalgrondel, aalijzer, aalkaar, aalkast, aalkorf, aalkwab, aalkwabbe, aalmoes, aalmoezenier, aalmoezenierschap, aalpoel, aalpuit, aalput, aalraamnet, aalreep, aalsalamander, aalschaar, aalscholver, aalskruik, aalsnoer, aalsoep, aalspeet, aalstaart, aalstal, aalsteek, aalstekel, aalsteker, aalstreep, aalsvel, aalszak, aalt, aaltje, Aaltje, aaltjes, aaltjesgallen, aalvissen, aalvijver, aalvork, aalwaardig, aalwarig, aalwaardigheid
- rode aalbes, zwarte aalbes
Synoniemen
Spreekwoorden
- zo glad als een aal: slim
- een gladde aal: een slimmerd
- te vangen als een aal bij zijn staart: zo dat men hem moeilijk te spreken krijgt, niet gemakkelijk vast te zetten
- aal is geen paling: er is verschil
Vertalingen
1. mestvocht
3. paling
4. kleine en jonge paling
Afrikaans
Zelfstandig naamwoord
aal
aal - aal; kleine en jonge paling
Manx
Zelfstandig naamwoord
aal
- draagbaar, draagstoel, stalstro, stalmest, strobedekking, rommelboeltje, afval, worp (jongen).
aal - nest; kom waar dieren eieren leggen aal - broedsel; resultaat van broeden: een aantal eieren
Maya
Zelfstandig naamwoord
aal
Yucateeks
Bijvoeglijk naamwoord
aal
aal - hevig
Zelfstandig naamwoord
aal
aal - teen