aait

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • aait

Werkwoord

vervoeging van
aaien

aait

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aaien
    Jij aait.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aaien
    Hij aait.
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van aaien
    Aait!
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen