aaide

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • aai·de

Werkwoord

vervoeging van
aaien

aaide

  1. enkelvoud verleden tijd van aaien
    Ik aaide.
    Jij aaide.
    Hij, zij, het aaide.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen