Thanksgiving

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • Thanks·gi·ving
enkelvoud meervoud
naamwoord Thanksgiving -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

Thanksgiving m

  1. (feest) een Noord-Amerikaanse feestdag waarop men dankzegt voor de oogst
    In Amerika wordt Thanksgiving op de vierde donderdag in november gevierd, maar in Canada, waar de oogst eerder in het jaar eindigt, op de tweede maandag in oktober.