Schwarm

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Duits

Uitspraak
  • IPA: /ʃvaʁm/
Woordafbreking
  • Schwarm

Zelfstandig naamwoord

Schwarm m

  1. klucht
    «Ein Schwarm von Vögeln fliegt über den See.»
    Een klucht vogels vliegt over het meer.
Verbuiging