Germaan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • Ger·maan
enkelvoud meervoud
naamwoord Germaan Germanen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

Germaan m

  1. elk van de leden van de volksstammen die rond het begin van onze jaartelling tussen Noordzee, Schelde, Maas, Rijn, Donau en Weichsel woonden
  2. elk van de nakomelingen uit de stammen die een Germaanse taal spreken (de belangrijkste Germaanse talen zijn het Nederlands, Duits, Engels, Fries, Noors, Deens, Zweeds en IJslands)
  3. (schertsend) Duitser
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie