50 eurobiljetten
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- 50 eu·ro·bil·jet·ten, (indien uitgesproken) vijf·tig eu·ro·bil·jet·ten
Zelfstandig naamwoord
50 eurobiljetten mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord 50 eurobiljet