20 eurobiljetten
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- 20 eu·ro·bil·jet·ten, (indien uitgesproken) twin·tig eu·ro·bil·jet·ten
Niet in de woordenlijst van de Taalunie
Zelfstandig naamwoord
20 eurobiljetten mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord 20 eurobiljet