200 eurobiljet
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- 200 eu·ro·bil·jet
Niet in de woordenlijst van de Taalunie
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | 200 eurobiljet | 200 eurobiljetten |
| verkleinwoord | 200 eurobiljetje | 200 eurobiljetjes |
Zelfstandig naamwoord
200 eurobiljet o
- een bankbiljet ter waarde van 200 euro
- De supermarkt aanvaardde het 200 eurobiljet niet.