10 eurobiljetten
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- 10 eu·ro·bil·jet·ten, (indien uitgesproken) tien eu·ro·bil·jet·ten
Niet in de woordenlijst van de Taalunie
Zelfstandig naamwoord
10 eurobiljetten mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord 10 eurobiljet