-ium

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Achtervoegsel

-ium

  1. (scheikunde), (element) vormt zelfstandige naamwoorden van een stam voor de meeste scheikundige elementen
    «helios → helium»
    zon, het lichtste edelgas
    Dmitri Mendelejev → mendelevium


Latijn

Achtervoegsel

-ium

  1. vormt zelfstandige naamwoorden van werkwoorden, waarbij de handeling of toestand aangeduid wordt.
    «gaudēre → gaudium»
    vrolijk zijn, zich verheugen → vreugde
Synoniemen