-itis

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Huidig
bestand
14
Uitspraak

Niet in de woordenlijst van de Taalunie

Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord -itis -itissen
verkleinwoord -itisje -itisjes

Achtervoegsel

-itis v [2]

  1. ontsteking van het orgaan, lichaamsdeel e.d. dat het grondwoord noemt
  2. denkbeeldige ziekte, waarbij men pejoratief een overvloed aan het grondwoord uitdrukt (bvb. regulitis: te veel regulering, vergaderitis: te veel vergaderingen, ...)
Hyponiemen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal