-erd
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
| Huidig bestand |
|---|
| 1 |
Woordafbreking
- -erd
Achtervoegsel
-erd m
- persoon die de door de stam genoemde handeling verricht. Vormt mannelijke zelfstandige naamwoorden met een werkwoord als stam.
- schijten → (schijt) → schijterd.
- persoon met de door de stam genoemde eigenschap. Vormt mannelijke zelfstandige naamwoorden met een bijvoeglijk naamwoord als stam.
- plomp → plomperd.