σαββατοκύριακο

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Grieks

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

σαββατοκύριακο o

  1. weekeinde, weekend
    «Το Σαββατοκύριακο θα πάμε στην εξοχή.»
    In het weekeinde gaan we naar het platteland.
Verbuiging
Schrijfwijzen
  • Latijnse transcriptie: savvatokýriako.