über

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Duits

Uitspraak
  • IPA: /ˈyːbɐ/

Voorzetsel

über (+ accusatief of datief)

  1. over
    «Das Flugzeug fliegt über die Stadt.»
    Het vliegtuig vliegt over de stad.
  • Het voorzetsel "über" wordt met de accusatief gebruikt als het werkwoord een beweging uitdrukt terwijl het met de datief gebruikt wordt als het werkwoord een plaats aanduidt.