æble

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Deens

Uitspraak
  • IPA: /ɛːblə/
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse epli.

Zelfstandig naamwoord

æble o

  1. (fruit) appel
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   æble     æblet     æbler     æblerne  
genitief   æbles     æblets     æblers     æblernes